Nieuwsbericht

Oeverzwaluwen, altijd Oeverzwaluwen

Bert Wagendorp van de Volkskrant destijds, schreef in 2002 een column waarin hij zijn liefde beschrijft voor…..Oeverzwaluwen. Lees hier het artikel.

Oeverzwaluwen, altijd Oeverzwaluwen

Eén zin – een woord zelfs – kan volstaan om het ogenblikkelijk en met grote zekerheid te weten: zelfde golflengte, twee zielen, één gedachte, eeuwige vriendschap binnen één ademstoot – liefde wellicht….

Ze noemt een cd waarvan je dacht dat niemand behalve jij er langer dan twee minuten naar kon luisteren: vriendin.Je was al lang opgehouden de lof van de obscure schrijver te zingen tot opeens iemand zijn naam in diepe passie laat vallen: bloedbroeder.Iemand zegt: Dieter Schwemmle.Dieter Schwemmle, seizoen 1973-1974, FC Twente, rechtsbuiten. Eén fenomenale wedstrijd, zijn eerste, ik geloof dat het nog tegen Ajax was ook. Die maandagochtend had iedereen het over Dieter Schwemmle. Dieter Schwemmle wervelde links en rechts om Ruud Krol heen – nooit eerder vertoond. Daarna bleek Dieter Schwemmle een miskoop, deed Twente hem vlug weer van de hand en werd nimmermeer van hem vernomen.Ach, Dieter Schwemmle.Aan de woorden ‘Dieter Schwemmle’ heb ik minstens twee goede vrienden en daarnaast een handvol kennissen overgehouden. Ik heb nooit iemand ontmoet die Dieter Schwemmle nog kende en tevens een verachtelijk individu was. Dit klinkt raar, er moeten ook ellendelingen rondlopen die zich Dieter Schwemmles eerste wedstrijd voor FC Twente nog kunnen herinneren, maar ik ben ze nooit tegengekomen. Dit is de waarheid.Een paar zinnen in zijn column in de Voetbal International veranderden afgelopen week mijn mening over hoofdredacteur Johan Derksen volledig – dat kan namelijk ook. Derksen beschreef hoe hij gedurende het voetbalseizoen elke maandagochtend een vast ritueel uitvoert: hij kijkt in het uitslagenblok van het amateurvoetbal hoe zijn vaste rijtje clubs het eraf heeft gebracht.Tot voor kort dacht ik dat Derksen een beetje arrogante, lichtelijk vermoeide man was die vindt dat alles vroeger beter was behalve de sigaren. Maar hij blijkt een geestverwant. Want ik doe al zeker dertig jaar hetzelfde. Elke maandagochtend zoek ik ze op en kijk hoe ze hebben gespeeld: Grolse Boys, Grol, WVC, KEV, CVVO, Lemmer, Flevo Boys, WFC, Lycurgus, VVK. En nog een stuk of tien clubs – Oeverzwaluwen, altijd Oeverzwaluwen.Namen die herinneringen oproepen – aan mensen en momenten en mooie meiden langs de kant, aan geploeter op herfstige zaterdagen en kantines vol bier en gezang. Aan mijn opa die nu dood is en mijn neef – toen spits en nu spuiter.De eerste dertig jaar van mijn leven zou ik kunnen beschrijven aan de hand van clubnamen. Noem mij de clubs waarvan u op maandagochtend de uitslag opzoekt en ik zeg u wie u bent – of toch in elk geval bent geweest.Opzocht, moet je zeggen, als je de Volkskrant leest. Want bij deze krant drukken we sinds kort de amateuruitslagen niet meer af.Nooit meer tegen mijn vader de terloopse maar daarom niet minder belangrijke opmerking dat CVVO het goed doet (of slecht of matig). Want ik weet het niet meer. Dat is niet ernstig, maar wel erg.Een doelbewuste aanslag is het, op het kleine levensgeluk. Hoe moet ik het anders zien? Met een achteloos gebaar zomaar mijn hele verleden de krant uitgegooid. Harteloze hufters. Welke losgeslagen ziel bedenkt zoiets? Hoe peilloos diep is het gebrek aan inlevingsvermogen achter zo’n koud besluit?Wie de poëzie herkent van kale cijfertjes naast oude voetbalnamen en de werkelijkheid die zich daarachter schuil houdt – het moet wel een vriend zijn. Het zijn romantici die het kleine verleden van de bal koesteren.Ze zat naast me in de bus van Heerenveen naar Groningen en ze had rood haar. Oeverzwaluwen, zei ze. Oeverzwaluwen, dacht ik, Oeverzwaluwen, en ik hield veel van haar.Elke maandagochtend mijmerde ik een gedicht van clubs, 2-1’s, 3-3’s en bijbehorende gedachten.Een soort meditatie was het, voor de week begon.Die uitslagen terug, aub.